2RR

is aangesloten bij de VRB




Praktijkexamen


Het CBR (Centraal Bureau Rijbewijzen) geeft geen rijbewijs uit, maar verstrekt twee documenten die je voor een rijbewijs nodig hebt: de Verklaring van geschiktheid en de Verklaring van rijvaardigheid .

Het rijbewijs vraag je aan bij de gemeente, die de gegevens krijgt van het Centraal Rijbewijzenregister (CRB).

Verklaring van rijvaardigheid .
Als je rijvaardigheid voldoende is, om zelfstandig de weg op te kunnen, verstrekt het CBR een Verklaring van rijvaardigheid. Deze wordt automatisch naar het CRB gestuurd. De Verklaring van rijvaardigheid blijft drie jaar geldig.

Verklaring van geschiktheid.
Deze verklaring krijg je, nadat je een zogeheten Eigen Verklaring hebt ingevuld en hebt opgestuurd naar het CBR. De Eigen Verklaring is te verkrijgen bij 2RR , of bij de gemeente, of bij het CBR (waar het ook digitaal kan worden ingevuld: inloggen op mijn.cbr.nl gebeurt met DigiD, de persoonlijke digitale legitimatie voor overheidsdiensten. Klanten betalen aan het CBR hun Eigen Verklaring met iDEAL). Het tarief is € 33,80.



De Eigen Verklaring is een formulier met elf vragen over uw lichamelijke en geestelijke gesteldheid.

Het CBR wil nagaan, of je lichamelijk en geestelijk geschikt bent om een voertuig te besturen. Als er medisch geen belemmeringen zijn, krijg je van het CBR een gezondheidsverklaring, de zogeheten Verklaring van geschiktheid . De Verklaring van geschiktheid blijft een jaar geldig.

Op de Eigen Verklaring vindt u de volgende vragen:

1. Heeft u last van, of last gehad van, epileptische aanvallen, flauwvallen, aanvallen van abnormale slaperigheid overdag of andere bewustzijnsstoornissen?

2. Heeft u last van, of last gehad van, evenwichtsstoornissen of ernstige duizelingen?

3. Bent u onder behandeling, of onder behandeling geweest, voor een psychiatrische stoornis, een hersenziekte – zoals een beroerte – of een ziekte van het zenuwstelsel?

4. Maakt u misbruik van, of hebt u misbruik gemaakt van, alcohol, geneesmiddelen, drugs of andere geestverruimende of bedwelmende middelen, of bent u daarvoor ooit medisch onderzocht of onder behandeling geweest?

5. Wordt of werd u behandeld voor inwendige ziekten als suikerziekte, hart- en vaatziekten, verhoogde bloeddruk, nierziekte of longziekte? Of heeft u een hart- of vaatoperatie ondergaan?

6. Kunt u een arm, een hand of uw vingers niet of slechts beperkt gebruiken?

7. Kunt u een been of voet niet of slechts beperkt gebruiken?

8a. Ziet u minder goed met één of beide ogen, zelfs als u gebruik maakt van een bril of contactlenzen?

8b. Wordt of werd u behandeld door een oogarts? Of heeft u een oogoperatie of een laserbehandeling van de ogen ondergaan?

9. Gebruikt u medicijnen die volgens de bijsluiter de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, zoals slaapmiddelen,
kalmeringsmiddelen, antidepressieve middelen, antipsychotische middelen of opwekmiddelen?

10. Heeft u nog andere aandoeningen, ziekten of functiebeperkingen die het besturen van motorrijtuigen moeilijker maken?

Indien u alle vragen met nee heeft beantwoord, krijgt u de Verklaring van geschiktheid. Als u één of meer vragen met ja beantwoord heeft, volgt er een onderzoek(je).


Informatie over het mogelijke vervolgtraject: http://www.cbr.nl/brochure/rijgesd984.pdf


Als u voor uw rijexamen twijfels of vragen heeft over uw medische geschiktheid, stuur dan een Eigen verklaring in voordat u begint met rijlessen . Dit kan onnodige kosten voor de lessen voorkomen. Schrijf dan bovenaan de Eigen verklaring ‘Informatie Eigen verklaring’. Overleg eventueel met de keurend arts.



HET PRAKTIJKEXAMEN.

Aspirant-automobilisten worden nadrukkelijk opgeleid en geëxamineerd in zelfstandig rijden, in gevaarherkenning en in milieubewust rijgedrag. Ook moeten aspirant rijbewijsbezitters nadenken over hun eigen verbeterpunten in het verkeer. Zo zijn ze zich meer bewust van de risico’s.

Een examinator van het CBR beoordeelt tijdens het praktijkexamen of je zelfstandig en verantwoord aan het verkeer deelneemt. Daarbij speelt je eigen veiligheid en die van anderen een grote rol. Je moet bedrevenheid tonen in het bedienen van de auto, laten zien, dat je op de juiste manier en op veilige wijze deelneemt aan het verkeer, dat je in staat bent, de wettelijke voorschriften toe te passen en dat je een aantal bijzondere verrichtingen op veilige en juiste wijze kunt uitvoeren. Je rijdt minimaal 35 minuten met een examinator. Dit is wettelijk geregeld in het Reglement Rijbewijzen.

Het praktijkexamen voor de personenauto duurt in zijn geheel 55 minuten. Hiervan is een kwartier beschikbaar voor een introductie en voor de toelichting op de uitslag achteraf. Vijf minuten worden gebruikt voor het lopen naar de auto en weer terug na afloop.

In het examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het examen verloopt.

Na controle van je identiteitsbewijs en het uitslagformulier van het theorie-examen overhandig je het gesloten Formulier zelfreflectie. Op dat formulier heb je vóór het examen je sterke en minder sterke punten in het verkeer gezet. Dit formulier wordt na de examenuitslag met je besproken.

Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer 25 meter.

Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereidings- en controlehandelingen uit te voeren aan de examenauto.

Dan begint de rit. De examinator kijkt onder meer naar je beheersing van de auto, naar kijkgedrag, naar voorrang verlenen en naar het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt je op zeven examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere manoeuvres.

Je krijgt tijdens het examen alle gelegenheid te laten zien wat je kunt. Helemaal foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is, hoe je reageert op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator bekijkt, of je voldoende in huis hebt, om veilig en zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.

Direct na afloop deelt de examinator in het examencentrum de uitslag mee. Ben je geslaagd, dan bespreekt de examinator de antwoorden op het Formulier zelfreflectie met je.

Daarna worden de Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid opgestuurd naar het CRB. De gemeente raadpleegt dit register om vast te stellen of u het rijbewijs uitgereikt kunt krijgen.


EXTRA INFORMATIE OVER DE EXAMENRIT

Het grootste gedeelte rijdt je een route op dezelfde manier als je gewend bent tijdens het lessen. Je krijgt op tijd te horen of je links- of rechtsaf moet slaan. Wordt er niets gezegd, dan ga je gewoon rechtdoor - dit heet ook wel: de weg volgen.

Ook het "Zelfstandig route rijden" maakt onderdeel uit van het examen.

Verder krijg je twee van de volgende opdrachten (bijzondere manoeuvres): een omkeeropdracht, een parkeeropdracht, een stopopdracht. Je mag meestal zelf bepalen hoe je deze uitvoert in een straat, die de examinator aangeeft.

Zelfstandig route rijden

Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:

  • naar een oriëntatiepunt rijden dat niet vooraf vastligt, maar dat de kandidaat wel kent, óf kan zien.
  • meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht), gecombineerd met de blauwe ANWB-borden;
  • met behulp van een navigatiesysteem.

De examinator kiest één van de drie bovengenoemde manieren uit voor de kandidaat.Het zelfstandig rijden zal minimaal tien tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale examentijd blijft hetzelfde. Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich. Het gaat erom dat je veilig rijdt en verantwoorde keuzes maakt.

Variabele oriëntatiepunten
Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een locatie die de kandidaat goed kent, zoals een school, een sportclub, of winkelcentrum. Als je onbekend bent in het examengebied, dan kan de examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats rijden, zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten, bijvoorbeeld door terug te rijden naar het CBR, als je die weg zou weten.

Clusteropdracht
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere keren herhaald worden om te checken of je het begrepen hebt. Het is een nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde locatie moet komen.

Navigatiesysteem
Het rijden met een navigatiesysteem leer je bij 2RR. Rijden met navigatieapparatuur heeft tenslotte de toekomst. Het is wel zo veilig als je er dan al tijdens je rijlessen mee hebt leren ‘werken’.
Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het kan helemaal aan het begin van je worden gevraagd, of helemaal aan het einde, of gewoon ergens tijdens de rit.


Bijzondere manoeuvres
Er is met opzet voor de term bijzondere manoeuvres gekozen om het verschil aan te geven met de vroegere bijzondere verrichtingen. Het rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres: een omkeeropdracht, een parkeeropdracht en een stopopdracht. Tijdens het rijexamen zul je in de meeste gevallen twee bijzondere manoeuvres uitvoeren.

Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdende te horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Jij kiest zelf waar en hoe je keert. Je kunt dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. Je moet hierbij laten zien dat je op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.

Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.

Stopopdracht

Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.
Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren.
In één van de bijzondere manoeuvres moet in ieder geval een keer een stukje achteruit rijden voorkomen.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert.


Gevaarherkenning door situatiebevraging
Bij dit onderdeel wordt je na uitvoering van een verkeerssituatie gevraagd waarom jij dat op die manier hebt gedaan. Wat of hoe heb je de situatie opgelost en welke afwegingen heb je hierbij gemaakt? Er wordt altijd even gestopt bij dit onderdeel. Het bespreken van een verkeerssituatie heeft overigens helemaal niets te maken met het wel of niet goed uitvoeren van de verkeerstaak.

Milieubewust rijgedrag
Voor een beter milieu en voor jouw eigen portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust auto rijdt, dus volgens de principes van Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag wordt in het rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig rijgedrag.
Aan dit onderwerp wordt ook in het theorie-examen extra aandacht besteed.

Zelfreflectie
Vóór het examen vul je een vragenlijst in, bijvoorbeeld thuis of tijdens de rijlessen. Die lijst geef je aan het begin van het examen aan de examinator. Deze bekijkt de antwoorden pas ná de examenuitslag en bespreekt samen met jou de antwoorden. Van belang hierbij is, dat je een realistisch beeld hebt van jouw eigen capaciteiten en beperkingen als automobilist. Zelfreflectie is bedoeld om het gedrag van aankomende rijbewijsbezitters op een positieve manier te beïnvloeden. Het is echter geen vaardigheid en het is moeilijk objectief in een examen te meten. Het wordt daarom in de beoordeling niet meegenomen.


Voor aanvang van het examen dien je het volgende te overhandigen aan de examinator:

(DUS) MEENEMEN NAAR HET PRAKTIJKEXAMEN :

Een geldig legitimatiebewijs

Het ingevulde Formulier zelfreflectie

De reserveringsbevestiging = oproepformulier met op de achterkant de EV



Uwilthosting.nlHosting en CMS door Uwilthosting.nl